Artikel III.81 (Goede, geordende en toegankelijke staat)

Artikel III.81 (Goede, geordende en toegankelijke staat)

Bestuursdecreet

Onderafdeling 2 - Zorg en beheer

Een kernbepaling uit hoofdstuk 3, afdeling 5 is dat overheden hun informatie in goede, geordende en toegankelijke staat moeten brengen en bewaren. Informatie moet dus makkelijk vindbaar en raadpleegbaar zijn. Ook moeten overheden zorgen voor de vernietiging van informatie die daarvoor in aanmerking komt.

Deze onderafdeling betreft volgende artikels: artikel III.80, artikel III.81, artikel III.82, artikel III.83, artikel III.84 en artikel III.85.

Artikel III.81 (Goede, geordende en toegankelijke staat)

Raadpleeg het artikel.

Dit artikel is van toepassing op:

  • de Vlaamse administratie;

  • de Vlaamse administratieve rechtscolleges;

  • de Vlaamse adviesorganen;

  • de Vlaamse openbare instellingen die niet behoren tot de Vlaamse administratie;

  • de lokale overheden.

Dit artikel is van toepassing op:

  • de Vlaamse administratie;

  • de Vlaamse administratieve rechtscolleges;

  • de Vlaamse adviesorganen;

  • de Vlaamse openbare instellingen die niet behoren tot de Vlaamse administratie;

  • de lokale overheden.

De bestuursdocumenten waarvoor overheidsinstanties bestuurlijk verantwoordelijk zijn, moeten in goede, geordende en toegankelijke staat worden beheerd en bewaard. Dat is nodig om hun integriteit, authenticiteit en toegankelijkheid te waarborgen.

Om die goede, geordende en toegankelijke staat te garanderen, dienen overheidsinstanties hun maatregelen voor beheer en bewaring vast te leggen in beheersregels. Die beheersregels zijn verder uitgewerkt door de Vlaamse Regering in het Besluit van 10 mei 2019 tot regeling van het beheren, bewaren en vernietigen van bestuursdocumenten (Hoofdstuk 2: Zorg en beheer).

De beheersregels moeten worden vastgelegd, opgevolgd en uitgevoerd door een verantwoordelijke. In hetzelfde uitvoeringsbesluit bepaalt de Vlaamse Regering welke taken die verantwoordelijke (bijvoorbeeld als informatiebeheerder, archivaris of informatiemanager) heeft en aan welke deskundigheid en deontologische code die moet voldoen.

Overheidsinstanties moeten er tot slot op toezien dat de beheersregels correct worden toegepast en periodiek geëvalueerd binnen hun systeem van interne controle. Daarbij dienen zowel de effectiviteit van de regels als de mate van toepassing te worden beoordeeld.

 

Raadpleeg de memorie van toelichting en de volledige tekst van het Bestuursdecreet

Memorie van toelichting: Bestuursdecreet_memorie-van-toelichting.pdf

Integrale tekst Bestuursdecreet: Bestuursdecreet van 7 december 2018